24 augustus 2002
Hotel Zuiderduin
Samen met Mud en the Happy Tunes verzorgden
de Rubettes op 24 augustus een concert in Egmond. Lucienne kon er deze keer
wegens haar vakantie niet bij zijn. Dus heb ik mijn echtgenoot Rob, mijn dochter
Martina en een paar goede vrienden van
ons bij elkaar getrommeld om dit spektakel te gaan aanschouwen. Het regende die
dag erg hard, dus de reis naar Egmond was niet bepaald een pretje. We hebben er
vanuit Den Haag ruim twee uur over gedaan, maar je moet er wat voor over hebben,
toch? Aangekomen in hotel Zuiderduin hebben we ons eerst gelaafd aan het buffet
alvorens de zaal op te gaan zoeken om de voorbereidingen te bekijken. In de zaal
troffen we meteen Alan, die bezig was met een tv-interview. Hij onderbrak
pardoes het interview om ons te komen begroeten. Ik kreeg op zijn continentaals
drie kussen van hem en hij poseerde voor een foto. Rob was voor de avond door
Jos Boekhout, de concertpromotor, ingehuurd als fotograaf, omdat Jos zijn
brochure wil vernieuwen. Dit gaf ons natuurlijk de ideale gelegenheid om
backstage rond te kijken en met de verschillende bandleden te spreken. En Rob
heeft een aantal prachtige plaatjes geschoten. Er was nog even wat paniek bij de
organisatie omdat, waarschijnlijk door het slechte weer, de discoshow van Radio
192 te laat arriveerde. Alles is uiteindelijk op zijn pootjes terecht gekomen en
het gaf ons de kans om een babbeltje met Edvard Niessing te maken. Hij zou deze
avond de presentatie verzorgen en deed dat heel goed mag ik wel zeggen. Zo werd
het snel negen uur en de zaal was inmiddels volgestroomd, om niet te zeggen
bomvol! De temperatuur liep ook aardig op, het leek wel een sauna. De eerste
band die hun opwachting maakte waren de Happy Tunes. Toen zij opkwamen klonk er
gelach uit de zaal. Het zag er dan ook niet uit! Stel je vijf overjarige hippies
voor in overdreven flower-power outfits en het komt nog niet eens in de buurt…
Maar wat konden die gasten spelen! Ze brachten de stemming er ook lekker in, dus
tegen de tijd dat Mud aan de beurt was, had iedereen er echt zin in en was de
temperatuur nog een paar graadjes opgelopen. Zanger Les Gray kwam met een stok
het podium op. Hij had een paar maanden daarvoor zijn been gebroken en de pennen
zaten er nog in. Maar the show must go on, dus Les en zijn maatjes zetten een
ouderwets lekkere act neer. Dochter Martina ging zo uit haar bolletje dat
het zelfs de band opviel en zij kreeg na de show de drumsticks van Phil Wilson.
En dan te bedenken dat zij van tevoren had geklaagd dat ze mee moest naar die
“ouwelullenmuziek”. Toen was het tijd voor the Rubettes. Het was inmiddels
als ruim half een, maar daar had volgens mij niemand erg in. De jongens hadden
in het begin van hun show met wat tegenslag te kampen. De basgitaar van Mick
weigerde in alle toonaarden. Dit werd door de bassist van Mud heel sportief
opgelost; hij bood Mick zijn gitaar aan. Het geluid van Alan’s monitor moest
ook nog een paar keer worden bijgesteld voor hij tevreden was. Alan bleef er
typisch de engelse gentleman onder. Hij zei dat het publiek recht had op het
beste wat de Rubettes te bieden hadden en vroeg om geduld terwijl een en ander
werd geregeld. Toen alles naar wens was speelden ze de sterren van de hemel. Wat
ik persoonlijk vooral heel mooi vond was de a capella versie van After
the Goldrush met lead vocals van
Mick. En de soulmedley natuurlijk, die spetterde echt! Bij de Sha Na Na song
werd het publiek helemaal dol. Uit volle borst werden Hey Jude en Give Peace a
Chance meegebruld. Dit nummer alleen al duurde zowat twintig minuten. Tot
John er genoeg van had en een fles water over de hoofden leeggoot. Veel te snel
hadden we ook de toegift Sugar Baby Love
achter de kiezen en was alles voorbij. Wij gingen nog even backstage om met de
artiesten na te praten over de avond. Met John Richardson had ik een klein
gesprekje over zijn Celtic Drums CD, die ik onlangs bij Lucienne gehoord had.
Toen ik Rob op wilde gaan zoeken, die met Alan diep in gesprek was vond ik een
aantal stoelen die mijn weg versperden. Met mijn trouwe rolstoel was er voor mij
geen doorkomen aan, maar Mark Haley vloog overeind en maakte ruim baan voor the
cripple, zoals ik het zei. Mark zag hier niet de lol van in. Hij gaf me een
uitbrander en zei dat ik nooit zo over mezelf mag praten. Het was heel gezellig.
Ik heb nog een poos met Phil Wilson zitten kletsen en Les Gray kwam mijn dochter
een knuffel geven om haar te bedanken voor haar enthousiasme. Veel te snel was
het zomaar drie uur geweest en werd het echt tijd om naar huis te gaan. Dit was
voor mij slechts de tweede keer dat ik de Rubettes live heb zien spelen, maar
wat mij betreft zeker niet de laatste keer.
Nannette